Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 37

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. De vragen worden door de griffie getoetst op vorm en inhoud. Met de indiener vindt afstemming plaats over de wijzigingen door de griffie aangebracht. De vragen worden bij de griffie ingediend. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffie aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan het presidium verzoeken de schriftelijke beantwoording te agenderen voor de eerstvolgende commissievergadering.

Rechtspraak bij dit artikel