Tijdens de raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij er
bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere
gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een
ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk
tijdstip het vragenhalfuur eindigt.
Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil
stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de voorzitter via
de griffie. De voorzitter kan na overleg met het presidium
weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te
stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
diezelfde dag aan de orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.
De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
overige leden van de raad.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
onderwerp.
Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden
ingediend.
Hoofdstuk 4
Artikel 38
Vragenhalfuur
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad