**1..** Een belanghebbende heeft aan de voorwaarde van een langdurig, laag inkomen – zoals bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet – voldaan als zijn inkomen gedurende de referteperiode per maand niet hoger is geweest dan 110% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**2..** Een belanghebbende die gedurende perioden is uitgesloten van het recht op bijstand, wordt voor de toepassing van artikel 3.1 van deze verordening geacht in die perioden een inkomen te hebben ontvangen van ten minste 100% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**3..** Als in het geval van gehuwden één van de echtgenoten gedurende een periode is uitgesloten van het recht op bijstand, worden zij voor de toepassing van het eerste lid beiden geacht een inkomen te hebben ontvangen van ten minste 100% van de gehuwdennorm.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
– Langdurig, laag inkomen
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012