Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2012

Dit artikel bevat een aantal begripsomschrijvingen. Een aantal van de genoemde begrippen is ook opgenomen in de verordening en wordt hier ten behoeve van de leesbaarheid herhaald. Het college heeft de mogelijkheid om een eigen bijdrage te vragen bij een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (artikel 15 lid 1 Wmo). Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming te verstrekken. Het college is bevoegd om ten aanzien van diverse soorten voorzieningen inkomensgrenzen te stellen. Dit houdt in dat de betreffende voorzieningen niet worden verstrekt aan belanghebbenden met een inkomen boven de inkomensgrens. In tegenstelling tot wat betreft de eigen bijdrage bepaalt het Besluit maatschappelijke ondersteuning niet wat in het kader van inkomensgrenzen onder inkomen moet worden verstaan. Ook de Wmo zelf geeft dit niet aan. Omdat het inkomen hier een grote rol speelt is het van belang om het begrip inkomen goed te definiëren. De gemeente kan daarom zelf een invulling geven aan het inkomensbegrip. Het netto inkomen wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de voorzieningen zoals genoemd in artikel 21 van deze nadere regels. Ten aanzien van het bruto-inkomen in het kader van de vaststelling van de eigen bijdrage (bij voorzieningen in natura of een persoonsgebonden budget) in de kosten van een voorziening, is dit het inkomen zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 1 Besluit maatschappelijke ondersteuning. Ten aanzien van het netto-inkomen in het kader van de vaststelling van de toegang tot Wmo-voorzieningen, is dit het inkomen zoals bedoeld in artikel 2 van deze Nadere regels, dit is de inkomensvaststelling zoals deze plaatsvond in het kader van de WVG. Het begrip officiële thuiszorgaanbieder is toegevoegd. Er worden twee tarieven gehanteerd indien de burger de Persoonlijke ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget ontvangt. Zoals verder omschreven in artikel 8 van deze Nadere regels. Om te kunnen vaststellen of de budgethouder de zorg inkoopt bij een officiële thuiszorgaanbieder zijn kwaliteitseisen vastgesteld. De thuiszorgaanbieder dient hiervoor aantoonbaar te voldoen aan de volgende eisen: voldoet aan en past de Kwaliteitswet zorginstellingen toe; past bij de uitvoering van de dienstverlening de Wet klachtrecht cliënten zorgsector toe; borgt bij de uitvoering van de dienstverlening de medezeggenschap van cliënten conform de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen; sluit bij aanvang van de dienstverlening met zorgvrager een zorgovereenkomst. Deze zorgovereenkomst wordt in tweevoud opgemaakt en ondertekend door zowel de thuiszorgaanbieder en de zorgvrager. garandeert de deskundigheid van medewerkers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel