Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Vaststellen netto-inkomen ter beoordeling van de toegang tot een Wmo-voorziening

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2012

Dit artikel bepaalt hoe voor verschillende groepen aanvragers het inkomen wordt berekend ter vaststelling van de toegang tot voorzieningen. Hoofdregel is dat het netto-inkomen in aanmerking wordt genomen. Met nettoloon op het loonstrookje wordt bedoeld het nettoloon vóór aftrek van inhoudingen vanwege bijvoorbeeld beslag of een spaarloonregeling of levensloopregeling. In die gevallen waarin de hoogte van de vakantietoeslag niet bekend is, kan deze als regel op 5 procent van de netto-inkomsten worden gesteld. Het inkomen uit vermogen is vrijgelaten voor zover dit betrekking heeft op een vermogen dat lager is dan de vermogensgrens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Men spreekt in dit verband ook wel over bescheiden vermogen. De vermogensgrenzen in de WWB worden jaarlijks per 1 januari aangepast en verschillen per leefvorm. Voor gehuwden en alleenstaande ouders geldt een hogere vermogensgrens dan voor alleenstaanden. Door in het tweede lid aan te sluiten bij de vermogensgrenzen in de WWB en door het noemen van een percentage van 10 procent wordt per saldo bereikt dat inkomen uit vermogen alleen in aanmerking wordt genomen voor dat deel van het vermogen dat substantieel meer bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens op grond van de WWB. Een spaarloonregeling heeft tot doel het vergroten van het eigen vermogen en kan door de werkgever worden ingesteld. Door deelname aan deze regeling wordt een deel van het loon naar een geblokkeerde spaarrekening overgemaakt. Telkens na vier jaar mag de rekeninghouder beschikken over het in een bepaald jaar overgehevelde loon. Als de belanghebbende maandelijks heeft gespaard dan wordt het bedrag ook maandelijks gedeblokkeerd. Aangezien de deelname aan deze regeling vrijwillig is, is in het derde lid bepaald dat bij de vaststelling van het netto-inkomen uitgegaan van het nettoloon dat zou zijn ontvangen indien hij niet aan de spaarloonregeling had deelgenomen. Zonodig zal het college de aanvrager om een aparte loonspecificatie van de werkgever verzoeken. Op het inkomen van een bewoner van een AWBZ-instelling wordt de eigen bijdrage ingevolge de artikelen 4 en 14 van het Bijdragebesluit zorg in mindering gebracht. De periode waarover het netto-inkomen wordt vastgesteld is het kalenderjaar waarin de aanvraag voor de Wmo-voorziening is gedaan. De vaststelling van het jaarinkomen geschiedt aan de hand van het netto-inkomen over één maand. Dit netto-inkomen wordt vermenigvuldigd met factor 12 of – ingeval de aanvrager een dertiende maanduitkering ontvangt – met factor 13. De aanvrager heeft op grond van lid 6 recht op een zogeheten forfaitaire vrijlating van € 114,- per maand: inkomsten tot een bedrag van € 114,- netto per maand worden niet tot het inkomen als bedoeld in artikel 1 onder d van deze Nadere regels gerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel