Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 20

Omvang vervoersvoorziening

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2012

1.. De omvang van een door het college te verlenen vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 6.1 van de verordening en artikel 20 van deze Nadere Regels wordt als volgt vastgesteld: Het gebruik van collectief vervoer in het vervoergebied Helmond geldt voor personen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet en voor personen van 75 jaar en ouder. Deze kunnen gesubsidieerd reizen tegen het geldende OV-tarief, dat wil zeggen € 0,55 voor 1 opstapzone per rit + € 0,55 per OV zone. Het vervoersgebied bestaat uit een schil van 5 zones rondom het woonadres en is daarmee voor iedere pashouder verschillend. Indien een aanvrager geen gebruik kan maken van het collectief vervoer, wordt een financiële tegemoetkoming verstrekt in de kosten voor het gebruik van een eigen auto als bedoeld in artikel 6.1 aanhef en onder sub c van de verordening en artikel 20 derde lid aanhef en onder sub c van deze Nadere regels, van een normbedrag van € 600,--. Deze financiële tegemoetkoming kan voor het gebruik van een taxi worden verhoogd op basis van overlegging van nota’s tot maximaal 2000 te reizen kilometers op jaarbasis op basis van het commerciële taxitarief en onder aftrek van het OV-tarief per kilometer; Indien beide echtgenoten gehandicapt zijn en beiden geen gebruik kunnen maken van het collectief vervoer, geldt er als financiële tegemoetkoming in de kosten van een taxi een normbedrag van € 830,-; Voor het gebruik van taxi geldt voor de aanvrager verblijvend in een AWBZ instelling een financiële tegemoetkoming van maximaal 50% van het bepaalde onder sub b; Voor het gebruik van taxi geldt voor de aanvrager van 4 tot 12 jaar in beginsel een financiële tegemoetkoming van maximaal 25% van het bepaalde onder sub b; Voor het gebruik van taxi geldt voor de aanvrager van 12 tot 15 jaar in beginsel een financiële tegemoetkoming van maximaal 50% van het bepaalde sub b; Voor het gebruik van een bruikleenauto geldt een financiële tegemoetkoming van € 140,-; Als financiële tegemoetkoming voor de kosten voor het gebruik van een rolstoeltaxi geldt in beginsel ten hoogste een normbedrag van € 1.612,- . Dit normbedrag wordt op basis van overlegging van nota’s aangevuld tot maximaal 2000 te reizen kilometers op jaarbasis op basis van het commerciële rolstoeltaxitarief en onder aftrek van het OV-tarief per kilometer; Op grond van bijzondere omstandigheden kan het aantal te reizen kilometers of de financiële tegemoetkoming verhoogd worden naar een maximum van 150%. 2.. Voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van het openbaar vervoer van een noodzakelijke begeleider bedraagt de vergoeding ten hoogste € 357,-. 3.. Voor de aanleg en het gebruik van een parkeervoorziening wordt ten hoogste de helft van de aanleg- en gebruikskosten vergoed. 4.. a. Indien een vervoersvoorziening is verstrekt als bedoeld in artikel 6.1 aanhef en onder sub b van de verordening juncto artikel 20 tweede lid aanhef en onder sub b tot en met d van deze Nadere regels of artikel 6.1 aanhef en onder sub c van de verordening juncto artikel 20 derde lid aanhef en onder sub e van deze Nadere regels en de aanvrager geen gebruik kan maken van het collectief vervoer, geldt als aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten voor het gebruik van een taxi of een eigen auto, als bedoeld in artikel 6.1 aanhef en onder sub c van de verordening juncto artikel 20 derde lid aanhef en onder sub c van deze Nadere Regels, een financiële tegemoetkoming van maximaal 50% van het bepaalde in het tweede lid 2 onder b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel