Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 9

Omvang van eigen bijdragen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2012

1.. a. Er wordt een eigen bijdrage opgelegd bij een voorziening voor Persoonlijke ondersteuning 1 en 2, woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen in natura. Bij Persoonlijke ondersteuning 1 en 2 wordt de eigen bijdrage vastgesteld op basis van de feitelijke kostprijs per uur. De eigen bijdrage voor woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van kostprijs en gebruiksduur en volgens bijlage 1 die onderdeel uitmaakt van deze nadere regels. 2.. a. Vaststelling en inning van de eigen bijdrage vindt plaats door het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Ziektekosten conform de door het college afgegeven parameters die zijn opgenomen in het tweede lid. De hoogte van de eigen bijdrage in 2011 wordt vastgesteld op basis van het verzamelinkomen, als bedoeld in artikel 2.18 Wet inkomstenbelasting 2001, van de aanvrager en dat van zijn eventuele partner in 2010. De gegevens over het verzamelinkomen worden overgenomen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting van de Belastingdienst. Wanneer de definitieve belastingaanslag over 2010 nog niet is vastgesteld, wordt voor de berekening van de eigen bijdrage en van het eigen aandeel het belastbaar loon, als bedoeld in artikel 9 Wet op de loonbelasting 1964, van de aanvrager en dat van zijn eventuele partner in 2009 gebruikt. 3.. Omvang van de eigen bijdrage Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 betalen bedraagt € 18,- per vier weken, met dien verstande dat indien het inkomen zoals bedoeld in het eerste lid onder c meer bedraagt dan € 22.905,- het bedrag van € 18,- wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen het inkomen en € 22.905,- . Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar of ouder betalen bedraagt € 18,- per vier weken, met dien verstande dat indien het inkomen zoals bedoeld in het eerste lid onder c meer bedraagt dan € 16.007,- het bedrag van € 18,- wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen het inkomen en € 16.007,-. Het bedrag dat gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65 jaar of beiden jonger zijn dan 65 jaar betalen bedraagt € 25,80 per vier weken, met dien verstande dat indien het  gezamenlijke inkomen zoals bedoeld in het eerste lid onder c meer bedraagt dan € 28.306,- het bedrag van € 25,80 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen het gezamenlijke inkomen en € 28.306,- . Het bedrag dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn betalen bedraagt € 25,80 per vier weken, met dien verstande dat indien het gezamenlijke inkomen zoals bedoeld in het eerste lid onder c meer bedraagt dan € 22.319,- het bedrag van € 25,80 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen het gezamenlijke inkomen en € 22.319,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel