Burgemeester en wethouders trekken een urgentieverklaring
in, indien:
niet langer aan de vereisten voor het
verkrijgen van een urgentieverklaring wordt
voldaan;
de urgentieverklaring is verstrekt op grond
van gegevens waarvan de woningzoekende wist of
redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
onvolledig waren;
de urgente in de eerste zes maanden na het
verkrijgen van de urgentie niet zelf actief heeft
gereageerd op aantoonbaar passend aanbod in de
regionale woningkrant;
de urgente eenmaal een naar het oordeel van
burgemeester en wethouders passende woonruimte in de
regio heeft aangeboden gekregen.
Na het intrekken van een urgentieverklaring kan niet op
grond van dezelfde omstandigheden opnieuw een urgentie
worden aangevraagd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2.5.4
Intrekken urgentie
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2006 gemeente Lopik