Voor de berekening van de precariobelasting wordt met
betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of
oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid
aangemerkt.
Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de
horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is
bepaald.
De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt
gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van
een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige driehoek.
Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
hebben van voorwerpen of de voorwerpen onder, op of boven
voor de opernbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor
de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de
geldigheidsduur van de vergunning, tenzij blijkt dat het
belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft
voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing,
waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing
is.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige
meest voordelige wijze.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de
berekening van de precariobelasting: a. indien in de
tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief,
maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld
met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel
een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een
gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een
langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand
omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand
van het belastingtijdvak.
Artikel 6
Berekening van de precariobelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2012