Het is de gesubsidieerde organisatie toegestaan tot vorming van voorzieningen over te gaan.
Indien een organisatie tot vorming van een voorziening wil overgaan, legt zij dit schriftelijk,
tegelijk met de subsidieaanvraag, ter instemming aan burgemeester en wethouders voor. Als de
in het vijfde lid genoemde risico's of verplichtingen in de loop van het subsidiejaar ontstaan,
verzoekt de organisatie zo snel mogelijk schriftelijk aan burgemeester en wethouders om met de
vorming van de voorziening in te stemmen.
3.Voor de bepaling van de beschikbare eigen middelen als bedoeld in artikel 6, zesde lid, blijven
voorzieningen, voorzover burgemeester en wethouders daartoe op grond van artikel 23 eerder
instemming hebben verleend, buiten beschouwing.
4.Burgemeester en wethouders geven instemming voor de vorming van een voorziening, indien
naar het oordeel van burgemeester en wethouders de noodzaak daartoe is aangetoond.
5.Voorzieningen kunnen slechts voor instemming in aanmerking komen als zij gevormd worden
ten behoeve van:
verplichtingen of risico's, waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs wel is in te schatten;
bestaande risico's als gevolg van te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
een gelijkmatige verdeling van bepaalde lasten over een aantal jaren.
Burgemeester en wethouders kunnen aan een verzoek tot instemming met de vorming van een
voorziening de voorwaarde verbinden dat vooraf een meerjarenplan en begroting wordt toegezonden.
7.De met instemming van burgemeester en wethouders gevormde voorzieningen mogen slechts
worden aangewend voor het doel waarvoor ze zijn gevormd.