Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2

In deze verordening wordt verstaan onder: A openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; B weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 ; 1.de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; 2.de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; 3.andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. C openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; D bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet. E rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; F bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening. G gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; H handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. I kade: de los- en laadplaatsen en opslagterreinen langs de havens en aanlegplaatsen J woonschepen: 11 schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd. K bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel