1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
vergunning of
ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
aanvraag.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
verlengen.
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
algemene bepalingen
omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om
een
vergunning als bedoeld in artikel 2:13, vierde lid, artikel 2:15 en
2:16.