van een weg
1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
aan te leggen, de
verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten,
aard of breedte
van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
brengen in de wijze
van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
indien de activiteiten zijn
verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening,
exploitatieplan of
voorbereidingsbesluit;
door het college in de overige gevallen.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
overheden bij het uitvoeren van hun
publieke taak.
4.Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt
voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken, het
Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
Telecommunicatiewet of de
daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 5.
Artikel 2:15
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2