Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 5.

Artikel 2:16

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2

1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken of een verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een tijdelijke uitweg te maken of tijdelijk een verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 3.Voor de toepassing van het eerste lid en tweede lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; 17 het veilig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. Een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd in het belang van het bepaalde in het vierde lid onder b en d. Het bevoegd gezag stelt voorschriften aan de gewenste uitweg. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de provinciale Wegenverordening of de Waterschapskeur van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel