Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 7.

Artikel 2:35

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2

1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 22 2.De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 3.In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4.Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 5.Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit en voldoet aan de voorschriften van het rechtsgeldende bestemmingsplan. Voor zowel de winkel als de openbare inrichting gelden de sluitingstijden uit de Winkeltijdenwet. 6.De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Voorts geldt het eerste lid niet voor: een horecabedrijf in zorginstellingen; een horecabedrijf in musea. De burgemeester kan nadere regels opstellen waarin categorieën van horeca bedrijven worden genoemd en het aantal te verlenen vergunningen per catergorie worden vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel