1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
vergunning van de
burgemeester.
22
2.De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
exploitatie van de
openbare inrichting in strijd is met een geldend
bestemmingsplan.
3.In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de vergunning
geheel of
gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden
aangenomen dat de
woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of
openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
4.Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
houdt de
burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk,
waarin het
horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de
openbare inrichting en de
spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of
bloot zal komen te
staan door de exploitatie.
5.Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een
winkel als bedoeld in
artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een
nevenactiviteit is van de
winkelactiviteit en voldoet aan de voorschriften van het
rechtsgeldende
bestemmingsplan. Voor zowel de winkel als de openbare inrichting
gelden de
sluitingstijden uit de Winkeltijdenwet.
6.De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
handelaar of een voor
hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft,
verkoopt of op enig
andere wijze overdraagt.
Voorts geldt het eerste lid niet voor:
een horecabedrijf in zorginstellingen;
een horecabedrijf in musea.
De burgemeester kan nadere regels opstellen waarin
categorieën van horeca bedrijven
worden genoemd en het aantal te verlenen vergunningen per catergorie
worden
vastgesteld.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 7.
Artikel 2:35
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2