1.Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
toegankelijke
gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
bedrijfsmatig is de
mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of
in geld
inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
25
2.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
speelgelegenheid te
exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van
toepassing op:
a.speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
lid, onder c, van
de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;
b.speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer
van Koophandel
bevoegd is vergunning te verlenen;
c.speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
kansspel
als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen,
of te spelen op
speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen
, of de
handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
kansspelen te
verrichten.
De burgemeester weigert de vergunning:
indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
de woon en leefsituatie in
de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze
nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de
speelgelegenheid;
b.indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een
geldend
bestemmingsplan.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 10.
Artikel 2:49
Speelgelegenheden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2