1.De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht om de
uitwerpselen van de
hond in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom op te ruimen en
deze te
deponeren in daartoe bestemde afvalbakken.
2.Het is verboden om zich binnen de bebouwde kom van de gemeente met
een hond te
begeven zonder dat men aantoonbaar de beschikking heeft over
adequaat materiaal om
hondenpoep op te ruimen; onder adequaat materiaal wordt verstaan dat
minimaal
sprake is van een opruimzakje of schepje.
3.De eigenaar, houder of verzorger van een hond die zich met de hond
op of aan de weg
bevindt, is verplicht de schep, het zakje of een ander doeltreffend
hulpmiddel op
verzoek te laten zien aan de toezichthoudend ambtenaar.
30
4.De opruimplicht zoals bedoeld in lid 1, 2, en 3 van dit artikel is
niet van toepassing
ingeval sprake is van personen die aantoonbaar een fysieke beperking
hebbben, zoals
blinden en slechtzienden, rolstoelgebruikers en personen die zich
moeten
voortbewegen met een rollator.
5.De opruimplicht zoals bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel is
onverkort van toepassing
op de plaatsen die door het college zijn aangewezen zoals bedoeld in
art. 2:67 lid 2.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11.
Artikel 2:68
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2