Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11.

Artikel 2:68

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2

1.De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht om de uitwerpselen van de hond in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom op te ruimen en deze te deponeren in daartoe bestemde afvalbakken. 2.Het is verboden om zich binnen de bebouwde kom van de gemeente met een hond te begeven zonder dat men aantoonbaar de beschikking heeft over adequaat materiaal om hondenpoep op te ruimen; onder adequaat materiaal wordt verstaan dat minimaal sprake is van een opruimzakje of schepje. 3.De eigenaar, houder of verzorger van een hond die zich met de hond op of aan de weg bevindt, is verplicht de schep, het zakje of een ander doeltreffend hulpmiddel op verzoek te laten zien aan de toezichthoudend ambtenaar. 30 4.De opruimplicht zoals bedoeld in lid 1, 2, en 3 van dit artikel is niet van toepassing ingeval sprake is van personen die aantoonbaar een fysieke beperking hebbben, zoals blinden en slechtzienden, rolstoelgebruikers en personen die zich moeten voortbewegen met een rollator. 5.De opruimplicht zoals bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel is onverkort van toepassing op de plaatsen die door het college zijn aangewezen zoals bedoeld in art. 2:67 lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel