1.De eigenaar, houder of verzorger van een paard is verplicht om de
uitwerpselen van
het paard in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom op te
ruimen.
2.Het is verboden om zich binnen de bebouwde kom van de gemeente met
een paard te
begeven zonder dat men aantoonbaar de beschikking heeft over
adequaat materiaal om
paardenpoep op te ruimen; onder adequaat materiaal wordt verstaan
dat minimaal
sprake is van een opruimzak(je) of schep(je).
3.De eigenaar, houder of verzorger van een paard die zich met een
paard op of aan de
weg bevindt, is verplicht de schep, het zakje of een ander
doeltreffend hulpmiddel op
verzoek te laten zien aan de toezichthoudend ambtenaar.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11.
Artikel 2:68a
Verontreiniging door paarden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2