1.Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
voorwerpen dan wel bij
andere werkzaamheden de weg wordt verontreinigd, is degene die
genoemde
werkzaamheden verricht, alsmede, indien deze in opdracht
handelt, zijn opdrachtgever
verplicht:
a.indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
verkeer of voor
beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na het
ontstaan van de
verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;
b.indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van
het verkeer of voor
beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na de
beëindiging van de
50
werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren, elke dag
terstond na
beëindiging van de werkzaamheden op die dag te reinigen of te
doen reinigen.
2.Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover de
Wet beheer
Rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement van
toepassing is.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 2. › Paragraaf 4
Artikel 4:26
Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2