1.De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of andere
dergelijke inrichtingen
waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht welke ter plaatse
kunnen worden
genuttigd, is verplicht:
a.een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de
inrichting op een duidelijk
zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek papier,
etensresten,
verpakkingsmateriaal en ander afval kan achterlaten;
b.zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke
voorwerp van een
zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen
blijft en dat die
mand, die bak of dat voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.
2.De houder of beheerder van een inrichting bedoeld in het
eerste lid is verplicht te
zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de
inrichting, doch in ieder geval
terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het
toezicht op de
naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van de
inrichting op de weg
achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit
of van die inrichting
afkomstig, worden verwijderd.
3.De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting geldt
niet voor zover de op de
Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
zijn.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 2. › Paragraaf 4
Artikel 4:27
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2