1.Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van een inrichting
vergunning
verlenen voor maximaal vier bijzondere activiteiten per kalenderjaar
waarbij de
waarden die zijn genoemd in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
Besluit niet
gelden.
2.De houder van de inrichting dient ten minste acht weken voor de
aanvang van de
activiteit een schriftelijke aanvraag voor een vergunning in bij
burgemeester en
wethouders.
3.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor
de volgende
onderwerpen:
a het aantal bijzondere activiteiten waarvoor vergunning kan worden
verleend. In
deze nadere regels mag het in het eerste lid genoemde aantal niet
wordt
overschreden.
b de dagen waarop en tijden waarbinnen een vergunning voor een
bijzondere
activiteit kan worden verleend;
c de maximale tijdsduur waarvoor een vergunning voor een bijzondere
activiteit kan
worden verleend;
d voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor een
bijzondere activiteit.
Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op het maximale
geluidsniveau als
gevolg van de inrichting en maatregelen om het geluidsniveau te
beperken;
4.In de in het vorige lid bedoelde nadere regels kan onderscheid
gemaakt worden tussen:
a verschillende gebiedsdelen en locaties in de gemeente;
b activiteiten die plaatsvinden binnen een gesloten gebouw met
gesloten ramen en
deuren en activiteiten die niet plaatsvinden binnen een gesloten
gebouw met
gesloten ramen en deuren.
c activiteiten met en zonder levende muziek;
d horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen en overige
inrichtingen.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 1.
Artikel 4:4
Vergunning bijzondere activiteiten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2