De
rechthebbende op een graf moet gedogen, dat een gedenkteken tijdelijk
wordt weggenomen of verplaatst, indien dit ter begraving van stoffelijke
resten in de nabijheid van het graf, of om andere redenen noodzakelijk
is.
De op de graven geplaatste gedenktekens en aangebrachte
beplantingen, moeten op eerste aanschrijving van burgemeester en
wethouders door en voor rekening van de rechthebbende
onmiddellijk worden verwijderd, indien zij zijn aangebracht of
geplant in strijd met deze verordening of de verleende
vergunning.
Bij nalatigheid vindt verwijdering van gemeentewege plaats. Het
verwijderde gedenkteken vervalt alsdan aan de gemeente.
Hoofdstuk
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Verordening op het gebruik en beheer van de algemene begraafplaats