1.De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een ander
buitenvlak van een
bouwwerk moet worden gemeten ten opzichte van straatpeil.
2.De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging hebben, moet
worden bepaald door de
oppervlakte te delen door de breedte. Plaatselijke verhogingen, als
bedoeld in , onder d, en ,
onder h, i, j en k, moeten - voor zover zij de maximale hoogte
overschrijden - buiten
beschouwing worden gelaten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.26
Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Boekel