Het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste
en derde lid, artikel 2.5.22, eerste lid,
artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 is niet van toepassing op:
a.onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
omgevingsvergunning is
vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten
worden als het aanbrengen
van veranderingen, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage
II bij het Besluit
omgevingsrecht ;
b.het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van bouwwerken, anders
dan het aanbrengen van
veranderingen van niet-ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 3,
onderdeel 7 van bijlage II bij
het Besluit omgevingsrecht;
c.topgevels in het verticale vlak, gaande door de voorgevelrooilijn
of de achtergevelrooilijn, mits
zij niet breder zijn dan 6 meter en mits de geveloppervlakte, over
de breedte van de topgevel
gemeten, niet groter is dan het product van de breedte van de
topgevel en de maximale
bouwhoogte ter plaatse;
d.plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan 0,60
meter.