Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › AFDELING 3

Artikel 4.10

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2012

1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; houtwal: lintvormige begroeiingen van enige uitgestrektheid; boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een stamdiameter van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamdiameter van de dikste stam. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als (periodiek) noodzakelijk onderhoud; Kandelaberen: een snoeitechniek waarbij takken van een boom afgezaagd worden waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaar of kandelaber krijgt; landbouwgrond: gronden in gebruik voor de landbouw als bedoeld in artikel 1 van de Landbouwwet; vruchtbomen: fruitbomen bestemd voor fruitproductie; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet. besmettelijke plantenziekte: een plantenziekte die door haar besmettelijkheid ernstige gevolgen kan hebben voor de instandhouding van de besmette soort en/of gevaar oplevert voor de fruit- of boomteelt. 2.. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel