**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag houtopstand
te vellen of te doen vellen, tenzij voor dit vellen een vrijstelling
geldt als omschreven in het tweede lid.
**2..** Onverminderd het bepaalde in het derde lid, geldt vrijstelling van
het verbod tot het vellen of doen vellen van houtopstand voor:
loofbomen met een stamdiameter kleiner dan of gelijk aan 12
cm op 1,3 meter boven maaiveld;
naaldbomen en coniferen met een stamdiameter kleiner dan of
gelijk aan 20 cm op 1,3 meter boven maaiveld;
weg beplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren
of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die elkaar in de groei belemmeren, die bij wijze
van dunning moet worden geveld en waar niet meer dan 50%
wordt geveld;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is
buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
zelfstandige eenheid vormt, die
een oppervlakte heeft kleiner dan of gelijk aan 10
are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20
bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
het college;
het knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij
daarvoor geschikte boomsoorten;
het vellen van erfbeplanting bij agrarische bedrijven, met
uitzondering van de boomsoorten beuk, inlandse eik kastanje,
paardenkastanje, linde, notenboom en haagbeuk, voor zover
deze een stamdiameter hebben groter dan 12 cm op 1,3 meter
boven maaiveld;
het vellen van houtopstand, als gevolg van het bepaalde in
artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij het
afstandscriterium voor bomen is vastgesteld op 0,5
meter.
**3..** Vrijstelling als bedoeld in het tweede lid, onder a, f, h, tweede
zinsnede en j geldt niet voor het vellen van houtopstanden, die
voorkomen in de openbaregroenstructuren zoals vastgelegd in het
Groenstructuurplan.
Hoofdstuk 4. › AFDELING 3
Artikel 4.11
Verbod en vrijstelling voor het vellen van houtopstand
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2012