1.De schipper is verplicht indien en zodra burgemeester en wethouders hem hebben te
kennen gegeven, dat zij zulks in het belang van de scheepvaart of het gebruik van de
haven noodzakelijk of wenselijk achten:
a.trossen en kettingen, waarmee zijn vaartuig is gemeerd of verankerd, af te vieren
of in te korten;
zijn vaartuig te verhalen;
zijn vaartuig te meren en gemeerd te houden op een andere door de havenmeester
aangewezen ligplaats.
2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een vaartuig, zonder toestemming van de
schipper, te doen losmaken, verleggen of verhalen.