1.. Een minderjarige belanghebbende van wie zijn ouders gescheiden zijn en ieder afzonderlijk woonruimte bewonen, komt voor woonvoorzieningen aan deze beide woonruimten in aanmerking als

  • - zij hun co-ouderschap schriftelijk vastgelegd hebben;
  • - het kind evenredig in tijd verdeeld in beide woonruimten bij de ouders inwoont;
  • - de beide woonruimten op het grondgebied van de gemeente Assen liggen.

2.. Het bepaalde in het vorige lid geldt niet voor woonvoorzieningen genoemd in artikel 10, eerste lid onder sub a tot en met c en e.