De in artikel 3, derde lid genoemde kosten worden betrokken bij het vaststellen van het recht op een toeslag. Hierna is aangegeven welke kosten daartoe onder meer kunnen worden gerekend.
Tot de woonkosten behoren: de huur of, bij woningen in eigendom, betaling van rente en bijkomende kosten. De woonkosten kunnen worden gedeeld:
indien twee of meer personen gezamenlijk een woning bewonen;
voor wat betreft de financiële effecten voor het bepalen van (de hoogte van) de toeslag wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds onderhuurders en kostgangers die op commerciële basis een woning bewonen en anderzijds onderverhuurders en kostgevers die voor een commerciële prijs een deel van hun woning beschikbaar stellen;
tussen bloedverwanten in de eerste graad is een commerciële relatie niet mogelijk, dan is er in principe sprake van een gezin.
Tot de overige woonkosten worden onder meer gerekend:
de kosten van verzekeringen en belastingen, verbonden aan de woning, bestaande uit onder meer de kosten van een brand/opstalverzekering, de onroerende-zaakbelasting, de rioolrechten en de watersysteemheffing gebouwd;
de kosten van vaste lasten, bestaande uit onder meer het vastrecht van de nutsbedrijven en de kosten van een kabelaansluiting;
de kosten van contributies en abonnementen, bestaande uit onder meer de kosten van kijk- en luistergeld en telefoonabonnement;
de kosten van duurzame gebruiksgoederen, bestaande uit onder meer de kosten van wasmachine, fornuis en andere huishoudelijke apparatuur.
Het betreft hier geen limitatieve opsomming.
Indien en voor zover aanvrager deze kosten niet kan delen, wordt hiermee bij de vaststelling van de hoogte van de toeslag rekening gehouden. Voor de bepaling hiervan is de definitie opgenomen uit het Burgerlijk wetboek, boek vier, artikel 1623 a, derde lid van een zelfstandige woning.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3,
lid 3
Onderdeel van Toeslagen en verlagingverordening Wet werk en bijstand gemeente Amstelveen