Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan
onder:
Vaartuig: een drijvend lichaam dat
wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt
is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het
dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvend lichaam één
geheel uitmakende voorwerpen;
Zeeschip: een zeeschip is een schip dat
wordt gebruikt voor de vaart ter zee en hiervoor bestemd is. Er
bestaan wadkrabbers en kruiplijncoasters die zowel bestemd zijn voor
de zeevaart als voor de binnenvaart;
Binnenschip: een vaartuig - niet zijnde
een pleziervaartuig - dat uitsluitend wordt gebruikt voor de vaart
op de binnenwateren;
Bedrijfsvaartuig voor het
goederenvervoer: een vaartuig hoe ook genaamd en
van welke aard ook, dat wordt gebruikt alsof het is bestemd tot
opslagruimte en/of voor de uitoefening van enig bedrijf dan wel
uitsluitend of hoofdzakelijk voor de uitoefening van enig beroep
gericht op het vervoer van goederen;
Bedrijfsvaartuig voor het
personenvervoer: een vaartuig hoe ook genaamd en
van welke aard ook, dat wordt gebruikt alsof het is bestemd voor de
uitoefening van enig bedrijf dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk
voor de uitoefening van enig beroep gericht op het vervoer van
personen;
Kraanschip op een onder d of e bedoeld
vaartuig, dat ingericht is voor het laden en lossen van schepen en
althans niet in hoofdzaak voor de vaart wordt gebruikt;
Pleziervaartuig: een vaartuig, dat
hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een
passagiersschip;
Sleepboot: een binnenschip, dat
hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van een
ander(e) vaartuig. Een sleep- of duwboot
wordt alleen als zodanig beschouwd als deze sleept of duwt. In alle
andere gevallen wordt een sleep- of duwboot beschouwd als
beroepsvaart of als recreatievaart als deze als zodanig omgebouwd
zijn als pleziervaartuig;
Bunkerboot: een binnenvaartschip dat
gebruikt wordt voor de bevoorrading van brandstof van
binnenvaartschepen;
Meetbrief: het document als bedoeld in
artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel juncto het
besluit van 24 oktober 1983, Stb. 584;
Laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte
verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van het schip bij de
grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip;
Ton: een massa van 1.000 kilogram;
GT (Gross Tonnage): de tonnenmaat van
een zeeschip zoals deze is vermeld op de internationale
meetbrief;
Tabel: de bij deze verordening
behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;
De havens: de Arkervaart met
aangrenzende havens/sluis;
De Jachtwerf: de werf in havens waaraan
vaartuigen aanmeren om te worden gerepareerd of te worden
onderhouden;
Termijn: een in de tarieventabel
genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven plaatsvindt;
Een dag: een aaneengesloten periode van
24 uren;
Zeven dagen: een tijdvak van zeven
aaneengesloten dagen;
Een maand: een tijdvak dat aanvangt op
een datum van een kalendermaand en eindigt op de laatste dag, van
dezelfde kalendermaand;
Een jaar: een kalenderjaar lopende van
1 januari tot en met 31 december of een tijdvak dat aanvangt lopende
het kalenderjaar en lopende tot en met 31 december.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en liggelden 2009