Overeenkomstig hetgeen in de volgende artikelen is bepaald, worden rechten
geheven onder de naam van:
havengeld, voor het met het vaartuigen
ligplaats nemen of voor anker gaan in de voor de openbare dienst
bestemde havens;
kadegeld, voor het gebruik van de bij
de havens behorende, voor de openbare dienst bestemde, kaden en
wallen van de gemeente, voor de tijdelijke opslag van goederen;
liggeld, voor het hebben van een door
het college van burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend
schriftelijk verzoek aangewezen vaste ligplaats in de havens;
Jachtwerfgeld, voor het hebben van een
werf in een deel van een haven waaraan vaartuigen aanmeren om te
worden gerepareerd of te worden onderhouden;
winterliggeld voor bedrijfsvaartuigen
ten behoeve van het personenvervoer, voor het hebben van een door
het college van burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend
schriftelijk verzoek aangewezen vaste ligplaats, zonder bewoning, in
de havens in de periode van 15 oktober tot 15 april van het
daaropvolgende kalenderjaar;
schutgeld, voor pleziervaartuigen die
niet overnachten in de gemeente maar wel gebruik maken van de
Arkersluis en gebruik maken van de jachthaven.
Artikel 2.
Belastbaar feit.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en liggelden 2009