**1..** Burgers hebben het recht het woord te voeren over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen.
**2..** Insprekers melden zich voorafgaand aan de vergadering bij de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, en indien nodig het telefoonnummer waarop hij bereikt kan worden.
**3..** Bij opening van de vergadering vraagt de voorzitter wie van de toehoorders het woord wil voeren.
**4..** Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen voor personen.
**5..** De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**6..** Elke spreker krijgt in beginsel maximaal vijf minuten het woord, één en ander ter beoordeling van de voorzitter.
**7..** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
**8..** Insprekers dienen zich te onthouden van beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen als bedoeld in artikel 23, lid 3. Indien een inspreker zich niet aan dit voorschrift houdt, wordt hij op last van de voorzitter uit de vergadering verwijderd.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 17
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde raadscommissies Vlissingen 2011