**1..** Burgemeester en wethouders stellen voor elke school per
afvloeiingscategorie als bedoeld in artikel 3 een protocol op met
inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en 4a, dat de onderlinge
afvloeiingsvolgorde op 1 augustus 1992 aangeeft van de belanghebbenden
die op 31 juli 1992 als leraar aan de betrokken school verbonden zijn èn
op 1 augustus 1992 aan de betrokken school in vaste dienst zijn
aangesteld.
**2..** De belanghebbende die overeenkomstig de artikelen 2 en 3 voor afvloeiing
in aanmerking komt, wordt voor ontslag overgeslagen, indien deze op het
protocol een hogere dan de laatste plaats inneemt, met inachtneming van
het in artikel 2, vierde lid, bepaalde.
**3..** Het tweede lid is niet van toepassing op de belanghebbende die aan het
bevoegd gezag schriftelijk te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen
afvloeiing te hebben, met inachtneming van het in artikel 2, vierde lid,
bepaalde.
**4..** Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte aanstelling aan
de desbetreffende school, vervalt de plaats van de belanghebbende op het
verzorgingsprotocol van de desbetreffende school.
**5..** Op 1 augustus 1992 vervalt voor de desbetreffende
school het protocol als bedoeld in artikel 4 en het protocol als bedoeld
in artikel 4a indien aan het bepaalde in artikel 4a voor 1 augustus 1992
voor de desbetreffende school toepassing is gegeven.
Artikel 4b
Verzorgingsprotocol
Onderdeel van Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs