Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening op de sportraad

In de Sportraad kunnen alle sportverenigingen zich laten vertegenwoordigen door maximaal twee leden. een van deze afgevaardigde in het algemeen bestuur moet bij voorkeur een bestuursfunctie hebben in het bestuur namens wie hij./zij zitting neemt in het AB. De Sportraad kan aan het college, ter benoeming als lid van de Sportraad, personen voordragen die de doelstelling van de Sportraad kunnen ondersteunen tot een maximum van vier personen. De benoeming van de in lid 1 van dit artikel bedoelde leden van de Sportraad geschiedt door het college, na hiertoe aanbevelingen te hebben ontvangen van de sportverenigingen. Aan de indiening van de aanbevelingen kan de voorwaarde worden verbonden, dat deze meerdere namen moet bevatten. De Sportraad kan in het huishoudelijk reglement nadere voorwaarden stellen waaraan verenigingen moeten voldoen om aan het stellen van kandidaten voor de Sportraad deel te kunnen nemen. De raad benoemt uit zijn midden een lid van de Sportraad. De wethouders Sportzaken maakt als adviserend lid deel uit van de Sportraad. De Sportraad kan personen uitnodigen als adviserend lid tijdelijk aan zijn werkzaamheden deel te nemen. Het college kan beleidsambtenaren afvaardigen indien noodzakelijk ter advisering Sportraad.

Rechtspraak bij dit artikel