De zittingsduur van de leden van de Sportraad valt samen met de zittingsperiode van de raad. De aftredende leden zijn terstond herbenoembaar.
Een lid van de Sportraad kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft hiervan schriftelijk kennis aan de Sportraad en aan de organisatie, welke hij in de Sportraad vertegenwoordigt. Het lid, dat ontslag heeft genomen, blijft lid van de Sportraad tot zijn ontslag aanvaard is.
Indien een vertegenwoordiger geen lid meer is van de aangesloten vereniging wordt ook het lidmaatschap van de Sportraad beëindigd.
Bij tussentijdse vacatures geschiedt de benoeming voor de duur van de resterende zittingsperiode.
Een lid, dat zonder aanvaardbare redenen veelvuldig de beraadslagingen van de Sportraad, waarin hij zitting heeft, niet bijwoont of om andere voor de Sportraad gewichtige redenen voor ontslag in aanmerking komt, kan op advies van het dagelijks bestuur van de Sportraad ongevraagd tussentijds door het college worden ontslagen. Het ontslag wordt bij een met redenen omkleed besluit verleend nadat de betrokkene en de vereniging die hem afvaardigde, in de gelegenheid zijn gesteld, door het college te worden gehoord.
In de conform het gestelde het gestelde in de voorafgaande leden van dit artikel ontstane vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien.