**1..** In aanvulling op artikel 18, tweede lid van de WWB, artikel 9a twaalfde lid WWB, artikel 20, derde lid van de IOAW of artikel 20, derde lid van de IOAZ ziet het college af van een maatregel indien:
De gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij die gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van drie jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden;
het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Indien het college afziet van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan middels een schriftelijk besluit op de hoogte gesteld.
**3..** Een besluit tot het afzien van het uitvoeren een maatregel op grond van dringende redenen als genoemd in het tweede lid wordt, voor de toepassing van de recidiveregeling als bedoeld in artikel 9 tot en met 13, gelijk gesteld met een besluit tot oplegging van een maatregel.
Artikel 3
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Renkum 2012