Naar hoofdinhoud
De aanvrager die een verzoek tot garantieverlening bij de gemeente indient, moet hierbij het volgende in acht nemen: Lid 1: De aanvraag dient volledig en schriftelijk bij het college van Burgemeester & Wethouders ingediend te worden, voor het aangaan van verplichtingen met betrekking tot de gevraagde garantie. Lid 2: De aanvraag dient te zijn voorzien van een exemplaar van de statuten, een opgave van de bestuurssamenstelling van de instelling, tekeningen en technische omschrijvingen als het een garantie betreft in verband met het aangaan van een geldlening voor de aankoop, bouw of verbouwing van een onroerende zaak, een document waaruit blijkt dat het onderpand vrij is van pand of hypotheek, de laatst bekende taxatiewaarde van het onderpand voor de OZB in het geval het gaat om een bestaande onroerende zaak. Lid 3: De aanvraag dient vergezeld te gaan van de begroting van afgelopen, huidig en komend boekjaar, alsmede de jaarrekening van de afgelopen twee dienstjaren, zodat de financiële situatie van de instelling beoordeeld kan worden. Lid 4: De aanvraag dient verder vergezeld te gaan van een exploitatiebegroting waarin rente en aflossing van de geldlening zijn verwerkt, een meerjarenbegroting en een gespecificeerde opstelling van de wijze van financiering van de voorgenomen investering. Lid 5: De aanvrager dient minimaal twee offertes te hebben van financiële instellingen ten bate van de lening waarvoor garantstelling wordt aangevraagd. Lid 6: De voorwaarden van de te sluiten lening en het ontwerp van de overeenkomst hebben goedkeuring nodig van Burgemeester & Wethouders. Lid 7: Een aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het college van burgemeester en wethouders niet de zekerheid heeft dat de investeringen zullen plaatsvinden, de aanvrager zal voldoen aan de aan de garantieverlening verbonden verplichtingen, aan de betalingsverplichting van rente en aflossing naar behoren zal worden voldaan en de aanvrager in het kader van de aanvraag juiste of volledige gegevens heeft verstrekt. Ook kan het college van burgemeester en wethouders een aanvraag weigeren in het geval het weerstandsvermogen van de gemeente niet toereikend is. Lid 8: Een aanvraag om een gemeentegarantie dient tenminste drie maanden voor het tijdstip waarop een geldlening wordt opgenomen, te worden ingediend. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een kortere termijn toestaan. Algemene verplichtingen aanvrager

Rechtspraak bij dit artikel