Naar hoofdinhoud
Lid 1: De financiële positie en prognoses van de aanvrager moeten zodanig zijn dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden. De prognoses van de bedrijfsvoering van de aanvrager moeten zijn gebaseerd op reële verwachtingen. Lid 2: De financiële kengetallen van de aanvrager moeten op dusdanig niveau zijn, dat zij in haar branche gekenmerkt kan worden als een financieel gezonde instelling. Lid 3: Het college van burgemeester en wethouders informeert in ieder geval de gemeenteraad en neemt pas een beslissing op de aanvraag nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen in het geval het een niet bij de begroting vastgestelde afzonderlijke verplichting betreft inzake een garantie groter dan €50.000,-.

Rechtspraak bij dit artikel