Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 9

De voorzitter

Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid Vlaardingen 2012

1.       Het college benoemt een onafhankelijk voorzitter. 2.       De zittingsperiode van de voorzitter is gelijk aan die van de leden van de raad en eindigt: a.       aan het einde van de zittingsperiode; b.       door opzegging door de voorzitter; c.       door ontslag door het college op voorstel van de raad, indien de raad onvoldoende vertrouwen heeft in het functioneren van de voorzitter. 3.       De raad kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter. 4.       De voorzitter heeft een adviserende stem in de raad. 5.       In geval van staking van stemmen heeft de voorzitter het recht om deel te nemen aan de stemming. 6.       Tot de taak van de voorzitter behoort: a.       het mede opstellen van de agenda voor het formele overleg in de agendacommissie; b.       het bepalen van dag en uur van de vergadering; c.       het openbaar bekendmaken van de vergadering; d.       het leiden van de vergadering volgens de ter vergadering vastgestelde agenda; e.       het handhaven van de vergaderorde; f.         het schorsen van de vergadering; g.       het toezien op een goede vergaderdiscipline; h.       het peilen van meningen en het meedelen van uitslagen van stemmingen; i.         het vertegenwoordigen van de raad naar andere personen, organisaties en media; j.         het toezien op de hoeveelheid verzuim en de inzet van de leden; k.       het bewaken van het budget; l.         het schrijven van het jaarlijkse activiteitenplan voor november van elk jaar en het jaarverslag in het eerste kwartaal volgend op het verslagjaar.

Rechtspraak bij dit artikel