**1..** De burgemeester kan een inrichting -al dan niet voor een bepaalde duur- gesloten verklaren:
**a..** indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;
**b..** indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
**c..** indien de burgemeester oordeelt dat één van de in artikel 2.3.1.6, vierde lid, genoemde situaties waarin intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.
**2..** De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.
**3..** Het is de houder van de inrichting verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.
**4..** Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.
**5..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.7.
Sluiting van inrichtingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Sliedrecht 2003