Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Bodegraven-Reeuwijk

1.. De aanvrager kan voor de in artikel 5.1 lid 1 vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken. 2.. De aanvrager kan voor een vervoersvoorziening onder artikel 5.1 lid 2 onder a en b. in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen het gebruik van een collectief systeem onmogelijk maken, dan wel een collectief systeem niet aanwezig is. 3.. Indien de aanvrager ook op de korte afstand is aangewezen op een vervoersvoorziening geldt voor de bij artikel 5.1 lid 3 sub a, b en c genoemde voorzieningen dat zij ook afzonderlijk of in aanvulling op het gebruik van vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 en 5.1. lid 2 verstrekt kunnen worden. 4.. Een persoon met beperkingen kan voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 sub c in aanmerking worden gebracht wanneer de in artikel 5.1 lid 2 sub a genoemde voorziening is geïndiceerd en het gebruik van de auto zonder aanpassingen niet mogelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel