Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2a

Afstemming recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Bodegraven-Reeuwijk

1.. Bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 sub a en b kan rekening gehouden worden met de ndividuele vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen. 2.. Indien meerdere tot de leefeenheid behorende personen in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening en de behoeften niet geheel samenvallen wordt in totaal niet meer dan 1,5 keer een enkele vergoeding toegekend. Bij verschillende vergoedingen wordt per persoon met beperkingen maximaal 75 % van de vergoeding toegekend. 3.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact dat uitsluitend door de persoon met beperkingen zelf bezocht kan worden, en het bezoek noodzakelijk is voor de persoon met beperkingen om vereenzaming te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel