In dit artikel is een aantal bepalingen opgenomen die de uitvoeringspraktijk vergemakkelijken.
Eerste lid
In het eerste lid wordt bepaald dat een gedeelte van een in de tarieventabel opgenomen lengte- of oppervlaktemaat voor een volle eenheid wordt aangemerkt. Voor gedeelten van de tijdseenheden dag, week, maand of jaar bevatten artikel 1, onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 6, vijfde lid, en artikel 9, derde en vierde lid, een regeling.
Tweede en derde lid
In het tweede en derde lid worden nadere bepalingen gegeven voor die gevallen waarin een tarief per oppervlakte in de tarieventabel is opgenomen. Horizontale projectie van de voorwerpen betekent dat projectie van het voorwerp in een horizontaal vlak moet plaatsvinden en dat vervolgens van dat horizontale vlak de oppervlakte wordt bepaald. Bij andere dan rechthoekige voorwerpen kan het berekenen van de oppervlakte leiden tot ingewikkelde wiskundige berekeningen. In verband hiermee is in het derde lid bepaald dat dan de oppervlakte van een denkbeeldig om het voorwerp geplaatste rechthoek in
aanmerking wordt genomen. Horizontale projectie vindt niet plaats indien in de verordening of tarieventabel anders is bepaald. Dat is bijvoorbeeld het geval indien de frontoppervlakte maatstaf van heffing is.
Vierde lid
Aan het slot van de toelichting op artikel 2 en in de toelichting op artikel 3 is reeds aangegeven dat een gemeente bij de heffing van Precariobelasting zal willen aankoppelen bij het bestand vergunningverlening voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De vergunning zal voor bepaalde of onbepaalde tijd zijn verleend. Uit doelmatigheidsoverwegingen wordt in het vierde lid bepaald dat voor de berekening van de Precariobelasting ervan wordt uitgegaan dat de voorwerpen gedurende de gehele vergunningperiode worden gehouden. Ook hier is tegenbewijs mogelijk. De gemeente dient zich er wel van te vergewissen of ook daadwerkelijk voorwerpen aanwezig zijn. Het gaat bij de Precariobelasting immers om de feitelijke en niet om de mogelijke aanwezigheid van de voorwerpen. Indien de voorwerpen niet de gehele vergunningperiode aanwezig zijn, wordt naar tijdsgelang geheven c.q. bestaat aanspraak op ontheffing. De artikelen 244 (ambtshalve) of 242 (op verzoek) van de Gemeentewet vinden toepassing. Als de geldigheidsduur van de vergunning kalenderjaaroverschrijdend is of als de vergunning voor onbepaalde tijd is verleend, het belastingtijdvak het kalenderjaar is (zie artikel 7, onderdeel a). Met behulp van het bepaalde in het vijfde lid en artikel 9, tweede en derde lid, kan de Precariobelasting berekend worden. Vergelijk de uitspraak van Hof Arnhem van 11 februari 2004, nr. 02/01932, LJN: AO6963, Belastingblad 2004, blz. 531 (Kampen) en hetgeen wij hierover gesteld hebben aan het einde van de toelichting op artikel 2.
Vijfde lid
In de tarieventabel zijn voor eenzelfde belastbaar feit soms tarieven per dag, per week, per maand of per jaar opgenomen. Uit de verordening zal dan echter moeten blijken wanneer het jaar-, maand-, week of dagtarief wordt toegepast (Hof Amsterdam 29 maart 1985, nr. 2201/82 M IV, Belastingblad 1986, blz. 421, (Amsterdam).
Gewenst is het jaartarief lager te stellen dan het overeenkomstige tarief voor de kortere perioden. Om die reden is het vijfde lid opgenomen. In het vijfde lid is aangegeven dat de Precariobelasting wordt berekend op de voor de belastingplichtige in de verordening meest voordelige wijze.
Zesde lid
Als in de tarieventabel een week- of maandtarief is opgenomen, geldt dat tarief zonder nadere regeling voor een periode van zeven achtereenvolgende dagen, onderscheidenlijk een kalendermaand (artikel 1). Als de voorwerpen een kortere periode dan een week, onderscheidenlijk een maand aanwezig zijn, zou dan niet kunnen worden geheven. Daarom is - in afwijking van het bepaalde in artikel 1 - opgenomen dat als er geen dagtarief, onderscheidenlijk dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een week, onderscheidenlijk een maand voor een geheel wordt gerekend. Wellicht ten overvloede wijzen wij erop dat voor een gedeelte van een dag artikel 1 een regeling kent. Voor een gedeelte van een jaar bevat artikel 9 een heffing naar tijdsgelang. Het bepaalde in het zesde lid kan evengoed als tweede lid in artikel 1 worden opgenomen. Aangezien het in feite een regeling is voor de berekening van de precariobelasting hebben wij voor opneming in artikel 6 gekozen.