De beoordeling wordt vastgesteld aan de hand van gezichtspunten en wordt vastgelegd op een formulier personeelsbeoordeling met een vastgesteld model.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met:
de functie die de medewerker volgens de functiebeschrijving uitoefent;
het afdelingsplan, de activiteitenplanning en de voortgangsrapportages, voorzover van toepassing op de functie;
de feiten en omstandigheden die zich in de functie en bij de uitoefening daarvan voordoen;
in het collectieve of bilaterale werkoverleg gemaakte afspraken.
Eisen, waarvan de medewerker buiten zijn/haar schuld geen kennis droeg, worden bij de beoordeling buiten beschouwing gelaten.