De beoordeling geschiedt in aaneensluitende beoordelingstijdvakken, waarbij over elk van deze tijdvakken afzonderlijk een beoordelingsuitkomst wordt vastgesteld.
Een beoordelingstijdvak omvat ten hoogste twee jaar en tenminste zes maanden. Indien bijzondere omstandigheden dit wenselijk maken kan het beoordelingstijdvak worden ingekort, ingevolge artikel 3, op verzoek van de medewerker of de direct leidinggevende.
Indien voor de medewerker een rechtspositionele beslissing als bedoeld in artikel 3, lid 3b, is genomen, of ingeval de medewerker is overgeplaatst, is belast met een nieuwe functie of de functie van de medewerker heeft een ingrijpende wijziging ondergaan, dan vangt een nieuw beoordelingstijdvak aan op de datum waarop de wijziging een aanvang heeft genomen.