Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van bekendmaking in het Gemeenteblad.
Deze verordening wordt aangehaald als: "Coördinatieverordening ruimtelijk beleid Eindhoven 2011".
Toelichting Coördinatieverordening ruimtelijk beleid Eindhoven 2011.
Inleiding
Het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen is vaak alleen mogelijk nadat diverse uiteenlopende besluiten zijn genomen. Het gaat dan meestal om besluiten/vergunningen die steunen op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), maar ook om andere uitvoeringsbesluiten (bijv. een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet of de Waterwet maar ook een aanbestedingsbesluit dat betrekking heeft op de ontwikkeling, een hogere waardenbesluit op grond van de Wet geluidhinder of een verkeersbesluit). De procedures die moeten leiden tot deze besluiten/vergunningen zijn niet allemaal hetzelfde en worden niet allemaal door hetzelfde bevoegd gezag genomen. Dit geldt ook voor de mogelijkheden om tegen die besluiten/vergunningen in rechte op te komen.
De wetgever heeft dit onderkend en heeft daarom diverse mogelijkheden geboden voor een gecoördineerde behandeling. Zo bevat de Wro (die hieronder is beschreven) een regeling die specifiek gericht is op het verwezenlijken van gemeentelijk ruimtelijk beleid. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een meer algemene coördinatieregeling. In de Wabo is in (§ 3.5) een regeling opgenomen die zich beperkt tot de voorbereiding van een omgevingsvergunning samen met een vergunning op grond van de Waterwet voor het lozen van afval- verontreinigde of schadelijke stoffen. De Crisis- en Herstelwet bevat coördinatievoorschriften als het gaat om lokale projecten van nationale betekenis.
Wet ruimtelijke ordening (Wro): Coördinatieregeling
Afdeling 3.6 van de Wro voorziet in een coördinatieregeling indien behalve een krachtens de Wro te nemen planologisch besluit ook nog diverse andere uitvoeringsbesluiten (zie de in de inleiding genoemde voorbeelden) moeten worden genomen om (een onderdeel van) het gemeentelijk ruimtelijk beleid te kunnen verwezenlijken (lees: een concrete ruimtelijke ontwikkeling te kunnen realiseren).
Voetnoot [1] Onder planologisch besluit wordt in dit geval verstaan een bestemmings-, wijzigings-, uitwerkingsplan en projectomgevingsvergunning. Ook een inpassingsplan van het Rijk of de provincie kan daaronder worden begrepen, maar omdat een dergelijke planfiguur slechts sporadisch voorkomt wordt die hier buiten beschouwing gelaten.
Artikel 3.30 Wro kent aan de gemeenteraad de bevoegdheid toe tot het vaststellen van een “gemeentelijke coördinatieregeling”. In zo’n door de gemeenteraad vast te stellen gemeentelijke coördinatieregeling worden de (categorieën van) gevallen beschreven waarvan het gewenst wordt geacht dat de benodigde besluiten (d.w.z. vanaf indiening van de aanvragen tot en met de bekendmaking van de genomen besluiten) door het college van burgemeester en wethouders gecoördineerd worden voorbereid en bekendgemaakt. De gemeenteraad kan er echter ook voor kiezen dat voor elke ontwikkeling afzonderlijk door hem wordt bepaald dat de met het oog daarop benodigde besluiten gecoördineerd worden voorbereid en bekendgemaakt. Ook dan is het college belast met de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van te nemen besluiten.
Het belangrijkste voordeel van coördinatie is, dat ingeval sprake is van een gecoördineerde voorbereiding van een planologisch besluit én van een of meer uitvoeringsbesluiten, de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 Awb; toepassing vindt. Alle gecoördineerd voorbereide ontwerp-besluiten (dus bestemmingsplan plus uitvoeringsbesluiten) worden dan tegelijkertijd gedurende 6 weken ter inzage gelegd, tijdens die periode kan dan iedereen zienswijzen indienen. Wel dient dan nog rekening gehouden te worden met de specifieke procedurele bepalingen van de artikelen 3.8, 3.31 en 3.32 Wro.
Indien het gaat om de combinatie van een projectomgevingsvergunning met andere uitvoeringsbesluiten dan is, naast de procedure beschreven in de artikelen 3.31 en 3.32 Wro, ook de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de Wabo (§ 3.3) op alle gecoördineerd te nemen besluiten van toepassing.
Alle toetsingskaders en beslissingsbevoegdheden die betrekking hebben op de te nemen besluiten, blijven onverkort van kracht. Wanneer coördinatie plaatsvindt dan vervallen de reguliere inspraak-, bezwaar- en beroepsmogelijkheden ten aanzien van de verschillende besluiten. Alléén de procedure volgens de coördinatieregeling is dan van toepassing. Tegen de besluiten die gecoördineerd tot stand zijn gekomen staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en voor de behandeling van het beroep worden de genomen besluiten aangemerkt als één besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak moet ingevolge artikel 8.3 lid 2 Wro binnen 6 maanden na ontvangst van het verweerschrift beslissen. Het is van belang om in de bekendmaking/mededeling van de gecoördineerd genomen besluiten er op te wijzen dat degene die beroep wil instellen moet aangeven tegen welk besluit het beroep is gericht. Daardoor kunnen de besluiten waartegen het beroep zich niet richt alvast rechtskracht verkrijgen.
Wanneer sprake is van een ontwikkeling die zich leent voor een gecoördineerde behandeling dan “bevordert” het college van burgemeester en wethouders een gecoördineerde voorbereiding. De aanvrager kan daartoe niet worden gedwongen. Een besluit om de coördinatieregeling toe te passen kan zowel op verzoek van degene die de vergunning aanvraagt worden genomen als ambtshalve (ingeval het gaat om meerdere ambtshalve te nemen besluiten). Tegen een besluit om al dan niet toepassing te geven aan de coördinatieregeling kan wel een bezwaarschrift worden ingediend maar er kan geen beroepsprocedure aanhangig worden gemaakt (negatieve lijst Awb).
Voordelen op een rij:
gelijktijdige bekendmaking en ter inzage legging van de ontwerp en de definitieve besluiten;
in één keer en op één moment kan op alle gecoördineerd voorbereide ontwerp-besluiten door iedereen worden gereageerd (zienswijzen);
er geldt slechts één beroepsgang voor belanghebbenden, namelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; alle besluiten die gecoördineerd zijn voorbereid en bekendgemaakt worden beschouwd als één besluit; de Afdeling dient binnen 6 maanden na ontvangst van het verweerschrift een beslissing op de ingestelde beroepen te nemen.
Deze voordelen doen opgeld voor zowel de aanvrager, de burgers en het bestuur.
Artikelsgewijze toelichting
Artikelsgewijze toelichting