Indien het overleg als bedoeld in artikel 12:2 betrekking heeft op de vaststelling, wijziging of intrekking van regelingen, tot de vaststelling waarvan het college bevoegd zijn verklaard, en dit overleg tot een eenstemmig besluit van de vertegenwoordigingen voert, dan stelt het college dienovereenkomstig een regeling vast. Deze regeling wordt aan de raad medegedeeld.
Voert het overleg in de gevallen als bedoeld in lid 1 niet tot een eenstemmig besluit van de vertegenwoordigingen, dan legt het college de zaak ter beslissing voor aan de raad, onder mededeling van het gevoelen van de vertegenwoordigingen.
De raad kan in dat geval de vaststelling van de regeling aan het college overlaten.
Regelingen ingevolge het tweede en derde lid vastgesteld, worden geacht te zijn vastgesteld door het college in overleg met de commissie.