De deelnemer mag over de spaarloonrekening beschikken voorzover de deelnemer de gelden besteed aan:
het volgen van een opleiding of studie door de werknemer, met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Uitgezonderd zijn kosten die verband houden met een werk- of studeerruimte, daaronder begrepen de inrichting en kosten van binnenlandse reizen voorzover die meer bedragen dan het bedrag per kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel b van de Wet op de loonbelasting 1964;
cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke, gevolgd door de werknemer ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.