De deelnemer mag over de spaarloonrekening beschikken voor uitgaven ter compensatie van loon dat niet is genoten door de werknemer, als gevolg van opname van onbetaald verlof of gedeeltelijk onbetaald verlof door de werknemer. Voorwaarde is dat de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten tijde van het verlof ongewijzigd blijft voortbestaan.
Het maximaal te compenseren loon bedraagt 50% van het bedrag waarmee het door de werknemer genoten loon is verminderd als gevolg van de opname van het verlof door de werknemer.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het door de werknemer genoten loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende:
artikel 11, eerste lid, onderdeel j van de Wet op de loonbelasting 1964 vindt geen toepassing;
tantièmes en toevallige bijzondere beloningen, alsmede tot het loon behorende aanspraken worden niet in aanmerking genomen.