Naar hoofdinhoud
1. Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: Op grond van gegevens beschikt is waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist of onvolledig waren dat, waren de correcte gegevens bekend geweest, het college een andere beslissing zou hebben genomen; Wijzigingen in de omstandigheden van de ondersteuningsvrager, als ten gevolge daarvan de noodzaak als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder a is komen te vervallen, dan wel als ten gevolge daarvan de ondersteuningsvrager in aanmerking dient te worden gebracht voor een andere voorziening, gelet op het bepaalde in artikel 5, lid 2, onder b; Achteraf blijkt dat een aanspraak als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder a te gelde wordt of kan worden gemaakt; Niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. 2. Een beschikking tot het verlenen van een voorziening wordt ingetrokken als blijkt dat de ondersteuningsvrager zijn hoofdverblijf als bedoeld in artikel 1, onder r niet meer in de gemeente heeft. 3. Een beschikking tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel